|
Rinus Kiel over Bijbel, cultuur en wetenschap Reageren? Zie home-page
====================================================== |
|
(De klimaathysterie) De situatie met betrekking tot oppervlaktetemperatuur-metingen Nieuw 04/02/2010 - laatste wijziging 16/02/2010
Inhoud: GISS Oppervlaktetemperatuur analyse Toestand van de temperatuur databases GISS Oppervlaktetemperatuur analyseDe ongrijpbare absolute oppervlaktetemperatuur (Surface Air Temperature - SAT)Een interview met James Hansen, directeur van het GISS (Goddard Institute for Space Science), één van de leveranciers van klimaatgegevens aan het IPCC Vraag: Wat bedoelen we
precies met oppervlaktetemperatuur? Vraag: Wat bedoelen we
met dagelijkse gemiddelde SAT? Vraag: Welke SAT
rapporteren locale media? Vraag: Als de gemelde
SATs niet de ware SATs zijn, waarom zijn ze dan toch nuttig? Vraag: Als SATs niet
kunnen worden gemeten, hoe worden dan SAT-kaarten gemaakt? Vraag: Wat moet ik doen
als ik echt absolute SATs nodig heb, en geen verschillen? (James E. Hansen, NASA/GISS)
Opmerkingen van Joseph d’Aleo en Anthony Watts in hun boek: Surface Temperature Records – Policy Driven Deception? over oppervlaktetemperatuur metingen: Samenvatting voor beleidsmakers: 1. Instrumentele temperatuurgegevens voor de pre-satelliet periode (1850-1980) zijn zo kamerbreed, systematisch en eenzijdig gemanipuleerd, dat niet geloofwaardig kan worden volgehouden dat er enige belangrijke globale opwarming was in de 20e eeuw. 2. Alle aardse oppervlaktetemperatuur-databases vertonen serieuze problemen, die ze waardeloos maken om er enige accurate lange termijn temperatuurtrend uit te distilleren. 3. Alle problemen hebben de gegevens zodanig bewerkt dat ze de waargenomen opwarming schromelijk overdrijven, zowel regionaal als globaal. 4. Globale aardse temperatuurgegevens zijn ernstig aangetast omdat meer dan driekwart van de 6.000 stations die eens bestonden, niet langer gebruikt worden. 5. Er is een ontoelaatbare neiging om die stations te verwijderen, die op grote hoogten, hogere breedten en landelijke gebieden staan, hetgeen leidt tot een extra nadruk op opwarming. 6. Vervuiling door verstedelijking, verandering in gebruik van gebieden, verkeerde plaatsing, en verkeerd gekalibreerde instrumenten benadrukken nogmaals de opwarming. 7. Verschillende peer-reviewed publicaties in recente jaren hebben aangetoond, dat de nadruk op waargenomen opwarming alleen al voor 30-50% voor rekening komt van het warmte-eiland effect. 8. Selectieve keuze van waargenomen stations gecombineerd met interpolatie naar plaatsen zonder stations maakt de invloed van de warmte-eilanden groter dan 50% van de opwarming in de 20e eeuw. 9. Gegevens uit de oceanen mankeren grotendeels en de onzekerheden zijn groot. Een omvattende dekking is pas vanaf 2003 beschikbaar, en toont geen opwarming. 10. Satelliet temperatuurmeting biedt een alternatief voor aardse meting, in het vaststellen van de globale lagere-troposfeer temperatuur. Deze uitkomsten beginnen steeds verder te verschillen van die van de aardse stations op een manier, wat wijst op een kunstmatige nadruk op opwarming in de oppervlaktetemperatuur-metingen. 11. NOAA en NASA tezamen met CRU waren de drijvende krachten achter het systematische opkloppen van de 20e eeuwse globale opwarming. 12. Er zijn veranderingen aangebracht in de historische gegevens, om cyclische veranderingen onzichtbaar te maken, die gemakkelijk verklaard zouden kunnen worden door natuurlijke factoren, zoals de langjarige oceanische veranderingen en de zonnecycli. 13. Globale aardse databases zijn ernstig verminkt en kunnen niet langer vertrouwd worden om klimaattrends in te schatten of voorspellingen vanuit de modellen te bevestigen. 14. Een inclusief extern onderzoek van de oppervlaktetemperatuur gegevens van CRU, GISS en NCDC is essentieel, maar dan door een comité “voorgezeten en bemand door wederzijds vertrouwde klimaatspecialisten die geen gevestigde belangen hebben in de uitkomst van de evaluaties”. 15. Vertrouwen op de globale gegevens door zowel het UN/IPCC als de Amerikaanse GCRP/CCSP vereist ook een volledig onderzoek en evaluatie daarvan.
(Joseph d’Aleo (vak-meteoroloog) en Anthony Watts (meteoroloog voor radio/TV): Surface Temperature Records – Policy Driven Deception?, 2010, Uitg. SPPI / http://scienceandpublicpolicy.org/images/stories/papers/originals/surface_temp.pdf)
[Opm. van mij, Rinus Kiel: zie de opmerkingen van de programmeur Ian Harris op pagina Wiskundige modellen.]
Twee voorbeelden van hoe er met oppervlaktetemperaturen werd geknoeid
Ter illustratie van bovengenoemde stellingen het volgende: Op het onderstaande plaatje zie je drie concentrische cirkels. De middelste stelt een stadsgebied voor, waarin een thermometerstation (Urban station). Hier zijn de afgelopen jaren gemiddeld hogere temperaturen gemeten dan in landelijke gebieden (warmte-eiland effect). In 1920 is er een meetstation buiten de stad, in landelijk gebied (Rural station). Maar door uitbreiding van de stad is dat in 1960 binnen de bebouwing komen te liggen, waardoor de temperaturen gemeten met dat station stijgen, maar nog altijd ligt de temperatuur lager dan midden in de stad. In 2000 is door uitbreiding het 'Rural station' volledig door bebouwing omgeven, en geeft dezelfde temperatuur als midden in de stad.
Dus voor die twee stations zal het temperatuurverloop er als volgt uitzien (donker = stadsstation, licht = landelijk station dat in de stad kwam te liggen). Het stadsstation had al een licht stijgende temperatuurcurve, aangevend dat er een lichte temperatuurstijging had plaatsgevonden. Maar die van het landelijk station had uiteraard een steilere temperatuurcurve, omdat in 1920 de temperatuur daar nog lager was, en in 2000 gelijk aan die in de stad. Zie hieronder.
Wat is er nu (vaak) gebeurd? Wel, om deze twee grafieken te 'harmoniseren', is het beginpunt van de 'stadse' grafiek omlaag gehaald totdat het samenviel met dat van de 'landelijke' grafiek'. En op deze manier werd nu 'aangetoond', dat de temperatuur over een heel gebied sterk is gestegen, wat volgens IPCC wordt veroorzaakt door toename van CO2 dat door mensen in de atmosfeer is gebracht. Ik heb verschillende voorbeelden van deze verkeerde manier van doen gezien. Het voert te ver om de grafieken daarvan ook op deze pagina te laten zien. In het al eerder genoemde boek van d'Aleo en Watts zijn vele voorbeelden te vinden. Voorbeeld 2 (gedocumenteerd!): Het NCDC heeft in de 48 staten van de USA op het vasteland van Amerika, over de gehele 20e eeuw, de temperatuurmetingen van alle staten vastgelegd, en wel in twee categorieën: a. platteland, en b. stedelijke gebieden. De temperatuurtrend over de gehele 20e eeuw is: a. voor het platteland +0,13°C, en b. voor de stedelijke gebieden +0,79°C.
Omdat de stedelijke gebieden in de 20e eeuw sterk zijn uitgebreid, is het logisch dat de positieve temperatuurtrend daar veel groter is ten gevolge van het al eerder genoemde 'warmte-eiland effect'. Maar de gepubliceerde (voor dat doel 'gecorrigeerde' of 'aangepaste') cijfers, die door IPCC als betrouwbare temperatuurgegevens worden gepubliceerd, geven een heel ander beeld te zien. Hier is de positieve temperatuurtrend als volgt: a. voor het platteland: +0,66°C, en b. voor de stedelijke gebieden +0,77°C. Zo, nu lijkt het net of er serieus mee is omgegaan, want 0,6 en 0,7°C liggen niet meer binnen de foutmarge van de meetstations. Dat zijn echte temperatuurstijgingen. Maar het is natuurlijk alleen maar leugen en bedrog. Zie Internet document http://scienceandpublicpolicy.org/images/stories/papers/originals/Rate_of_Temp_Change_Raw_and_Adjusted_NCDC_Data.pdf. En dit soort akelige trucs zijn beslist geen uitzondering. Zo worden wij dus bedrogen.
|